Toeval

Ik verzamel geen geld maar mooie momenten.

Het meest bevrijdende van de Camino is de onzekerheid. Hoe ziet mijn einddoel vandaag eruit? Wie kom ik tegen? Wat krijg ik te eten en waar zal ik slapen vannacht? Soms helpt het toeval een handje en kun je overrompeld worden door hulpvaardigheid en onverwachte gastvrijheid.

038_ camino._1924

Vaulichères.

Vanmorgen ben ik zo vroeg mogelijk gestart om het slechte weer vóór te blijven want er is weer regen gemeld. Met een straf windje op de pet en een donkere lucht boven me loop ik stevig door en na ruim een uur bereik ik het dorp Chesley met zijn vierkante kerk. De kerken zijn hier zó stevig gebouwd dat ze nog wel 500 jaar zullen staan. Vanaf hier loop ik heuvel op, heuvel af naar Mélisy met een leuk dorpsplein waar ik even uitrust om me te oriënteren. Hier zie ik voor het eerst vanaf Banneux een andere pelgrim voor me lopen, maar die slaat het pad in naar Chamelard om de GRP verder te volgen en ik sla hier linksaf richting Tonnerre omdat ik vlak voor die stad een Chambre d´Hôtes heb gereserveerd in Vaulichères. Het begint zachtjes te regenen. Onderweg doorkruis ik nog het stadje Molosmes dat ineens in de diepte van een dal voor me opduikt. Bij het dorp zie ik voor het eerst wijnvelden voor me. De wijnstokken zijn weliswaar gesnoeid maar toch geeft me dit een apart gevoel en ik besef dat ik, na de Champagnestreek, waar ik doorheen liep, nu de Bourgogne nader. Tonnerre wordt dan ook 'La porte de Bourgogne' genoemd. Vlak voor Vaulichères zie ik een bord met de vermelding van een chambre d´Hôtes in het 'Château Clos de Vaulichères' en mijn verwachting is hoog gespannen. In het dorp gaat het steil omlaag en bij een grote poort ga ik een binnenplaats op en jawel hoor! Voor me ligt een écht Château van een wijnboer met wijnkelders en uitgestrekte wijnvelden er omheen. Even later ontmoet ik Cécile en Olivier Refait, een jong stel (met baby) die dit landgoed beheren. Ik wordt hartelijk welkom geheten en naar mijn kamer (onder het dak) gebracht. Er is zelfs een bad! Ik kan de grote kasteelkeuken gebruiken, maar als ik zeg dat ik niets bij me heb om eten te maken zegt Cécile dat ik dadelijk maar naar beneden moet komen. Na me geïnstalleerd te hebben ga ik de trappen af en in de keuken is een lange houten tafel met daarop: zes soorten kaas van de streek, twee soorten paté, Jambon fumé, stokbrood, pudding, koffie, bonbons en een fles Chablis. (van het Château) Ik weet niet wat me overkomt. Na de 'deftige', maar anonime luxe van gisteren is dit 'welkom' een verademing en ik zit even stil te genieten van dit moment. Morgen heb ik weliswaar drie kilometer extra naar Chablis omdat ik niet doorgelopen ben naar Tonnerre, maar dit is het dubbel en dwars waard! Ik ga nog even het dorp en het oude kerkje bekijken en hoor daarna van Cécile dat ze voor vanavond iets te eten zal arrangeren, want eigenlijk hebben ze geen Table d´Hôtes. Na een uurtje gerust te hebben ga ik tegen de avond naar beneden en de tafel is al gedekt met brood, kaas, een warme pruimenschotel en Quiche-Lorraine. Met een glas Chablis erbij is dat prima eten! Het ontbijt de volgende morgen is ook weer een verrassing. Heerlijk zelfgebakken brood - te gék na al die weken met stokbrood - eigengemaakte marmelade, croissants, koffie en versgeperst appelsap. Het kan niet op! Als Olivier verschijnt en ik aan hem vraag om af te rekenen zegt hij dat een pelgrim naar Santiago de Compostela hier gratis onderdak en voedsel krijgt en dat ik zelf bepaal of- en wat ik eventueel wil achterlaten. Daar wordt je wel even stil van. Ik neem geroerd afscheid van deze sympathieke mensen en met een 'bonne route' en een zeer dankbaar gevoel na zoveel hartelijkheid ga ik weer op pad. Na zo´n 'Paradijs', waar je het totaal niet verwacht, kan ik me voorstellen dat een gelovige pelgrim, met een zware dag achter zich, hier de hand van God in ziet en dit als een Godsgeschenk of als een wonder ervaart ofwel dat het de Heilige Jacobus moet zijn geweest die hem hier naartoe leidde. Een mens ervaart toch wat hij wíl ervaren…

Op de GR 65 van Conques naar Livinhac le Haut

Na Conques trek ik weer alleen verder richting Decazeville waar ik naar een Chambre d´Hôtes bel voor vannacht en de eigenaresse biedt aan om mij in Decazeville op te halen want haar Château ligt in Livinhac-le-Haut en dat is nog vier kilometer verder. Als ik haar bel moet ze eerst nog naar het vliegveld om haar vriend uit Londen af te halen en ik wacht geduldig op een terrasje aan de rand van het dorp. Een uur later rijdt er een grote Mercedes voor met mevrouw en haar vriend erin en ik wordt welkom geheten. Met het uitnodigende woord 'Château' in mijn gedachten ben ik écht benieuwd waar ik terecht kom en mijn verwachting wordt overtroffen. Mijn gastvrouw Fiona is een Ierse en kocht met haar Engelse vriend Tony dit oude historische Château uit het jaar 1035 dat ooit aan een kruisridder toebehoorde. We drinken samen in de tuin een mooie witte wijn als welkomstdrankje en ik krijg daarna een complete vleugel van het Château toegewezen om te verblijven. In mijn antieke suite staat een groot hemelbed op een prachtige houten vloer en ook staat er een mooie notenhouten schrijftafel. Na me even gerealiseerd te hebben wat een geluksvogel ik ben, neem ik een uitgebreid bad in de 'badzaal' en geniet daarna in de tuin van de ongelooflijke rust die heerst op deze plek. Welk een voorrecht om hier te mogen wonen! Fiona kookt die avond zelf voor ons drieën een diner met streekgerechten en een heerlijke wijn en ik geniet van deze prachtige sfeer met op de achtergrond muziek van Mozart. Ze zijn zéér geïnteresseerd in mij en in mijn pelgrimstocht en we hebben na het diner dan ook een lange conversatie bij de open haard. Tony is architect van beroep en toont me trots de licentie om ook in Frankrijk te kunnen werken, die hij net vandaag per post ontving. Dit is een prachtige ervaring en ik realiseer me dat ik dit meemaak omdat een meisje bij het office du tourisme in Conques me attent maakte op dit adres en voor me belde om een kamer te reserveren. Ik voel me nu écht als 'God in Frankrijk' en in mijn hemelbed liggend vraag ik me af waar ik dit aan verdiend heb. In het Château ontbijt ik ´s morgens in alle rust met zelfgebakken brood en heerlijk broodbeleg en daarna neem ik afscheid van het tweetal dat me zo verwende. Ik kus Fiona met de woorden; 'I never kissed an Irish Girl before' en daarop krijg ik nóg een zoen…

Alle rechten voorbehouden