De engel van Roncesvalles

Bestaan ze echt?

Mijn eerste dag op de Camino begon anders dan ik verwacht had. Erg slecht weer zorgde er voor dat ik het koud kreeg. Eén gebeurtenis zorgde er voor dat ik vol hield.

Pyreneeën

De Pyreneeën in de mist.

Alle rechten voorbehouden

Mijn camino begon in St. Jean Pied de Port. Een reis waar ik lang naar uitgekeken had. Dit zou een pelgrimstocht worden waardoor al mijn vragen opgelost zouden worden en waardoor mijn wat lastige karakter eigenschappen zouden verdwijnen. Ik was 51 en de rest van mijn leven zou ik als een rustige, en wijze man door het leven gaan.

Ik had hier zoveel vertrouwen in dat ik mensen uitlachte als ze me waarschuwden voor regen en kou. Het was tenslotte midden zomer en ik zou gaan lopen in Spanje.

Op 19 juli begon de dag regenachtig. Bij een bakker brood gekocht, in de kerk kaarsjes aangestoken voor mijn kinderen en om half 8 ging ik in korte broek, T-shirt en met een te kleine poncho op pad. Na een uur lopen viel het mij wel tegen hoe steil de weg omhoog ging, maar de regenboog was een duidelijk teken dat het allemaal goed was.

Maar het pad werd steeds steiler, de wind steeds harder en de regen stroomde naar beneden. Ik kreeg het koud, maar durfde mijn rugzak niet open te maken want wat ik ook aan zou trekken het zou doorweekt zijn voordat ik het aanhad. Na uren lopen werd het pad wat vlakker, maar modderiger. Waar ik in het begin nog om plassen en koeienpoep heen liep, liep ik er nu gewoon door heen. Ik was moe, koud en vooral erg teleurgesteld. Had ik deze straf verdiend?

De afdaling was bijna nog erger. Deze was stijl en glibberig. Ik had geen idee meer van tijd en afstand en het bleef regen. Af en toe passeerde ik andere pelgrims. Zelfs groeten deed ik niet meer. En toen gebeurde het. De engel verscheen als een jonge Nederlandse vrouw die mij inhaalde. Ik had haar de dag er voor even op het station in Bayonne gesproken. De rest van de tocht naar Roncesvalles hebben we samen gelopen. Het lopen werd makkelijker.
Wij kwamen aan bij het hotel in plaats van bij het klooster. Omdat de engel haar spullen wilde drogen koos zij er voor om een kamer in het hotel te nemen. Ik had me echt voorgenomen om alleen in herbergen te slapen, maar ik was moe en nat en wilde die avond niet weer met allemaal vreemden op één kamer slapen. Er was nog maar één kamer in het hotel. Ze bood aan om de kamer samen te delen. De rest van de dag trokken we samen op: Stempel halen, pelgrimsdiner en de mis.

De engel was een avond mens en ik stond graag vroeg op. Zij hield van de steden en ik van de stilte. Beide hadden wij ons voorgenomen om de camino alleen te lopen. Dus de volgende ochtend schreef ik een afscheidsbriefje en vertrok, er van uitgaande dat ik haar nooit meer zou zien. Weer was het koud en het regende nog steeds. De tweede dag liep ik door een mooi gebied, maar ik had er geen zin meer in, had heimwee naar huis, en was vooral teleurgesteld dat er geen zegen op deze tocht rustte.
Die avond had ik in Zubiri bij het riviertje mijn dagboek bijgewerkt. Nog steeds somber liep ik terug naar de herberg, En daar verscheen de engel weer.

In de 2 weken daarna bleef ik rondlopen met de vraag “waarom loop ik hier”. Ik maakte plannen om naar Parijs te reizen waar mijn vrouw en kinderen hun vakantie doorbrachten. Toch waren er in die 2 weken lichtpunten. In de herbergen was altijd plaats, meestal waren er mensen om samen mee te eten en zo nu en dan kwam de engel weer langs. ’s Middags in Villamayor de Monjardin terwijl ik op een bankje zat te lezen. In Najero waar ze bij de rivier zat te wachten tot de winkels open gingen. En voor de laatste keer in St. Juan de Ortega. Alle ontmoetingen waren bijzonder en hebben er voor gezorgd dat ik doorgezet heb en nu terug kijk op een mooie Camino.

Er blijft één vraag over “was het echt een engel?”

Alle rechten voorbehouden