Van brainstorm tot boek

Dagboek van de conservator

Publicaties

Bij iedere grote expositie in Museum Catharijneconvent verschijnt een publicatie. Dit kan een vuistdikke wetenschappelijke catalogus zijn, een kleurrijk cadeauboekje of een prettig leesbaar naslagwerk. In de herfst brainstormen we over het boek bij de tentoonstelling Naastenliefde: voor welke optie kiezen we?


Brainstormen
In oktober 2013 schuiven Henk van de Wal en Johan de Bruijn, respectievelijk directeur en adjunct-directeur van uitgeverij WBOOKS aan tafel om samen met projectleider Saskia van Haaren en mij te brainstormen over de publicatie. Ook onze inhoudelijke partners van de Tilburg University Annelies van Heijst en Hanneke van Asperen denken mee. Ter inspiratie bekijken we een aantal eerdere uitgaven van WBOOKS. Zoals het een brainstorm betaamt, vliegen de ideeën over tafel: het kan een handboek worden voor de naastenliefde of een historisch overzicht aan de hand van een tijdlijn. En wat te denken van een wetenschappelijke publicatie of juist mooie verhalen en portretten met ruim baan voor grote afbeeldingen. Het kan een groot boek worden of juist kleiner, dik of iets dunner, met flappen of zonder. We bedenken van alles, maar merken dat de geopperde voorstellen ver uiteen liggen. De definitieve keuze over het type en de inhoud van het boek schuiven we daarom nog even voor ons uit.

Afstemmen
Een aantal weken later nodigen Saskia en ik Johan de Bruijne nogmaals uit in het museum. Met in ons achterhoofd het karakter van de expositie Naastenliefde komen we tot de conclusie dat een prettig leesbaar publieksboek het beste zal passen. De tentonstelling verbindt immers prachtige kunstwerken met belangwekkende cultuurhistorische objecten en wil middels veel persoonlijke verhalen uit heden en verleden de voorwerpen tot leven brengen. Het moet een boek worden in een handzaam formaat, zoals bij Catharijneconvent. Van klooster tot museum, maar dan iets dikker. De inhoud zal een mooie afwisseling vormen van korte essays, kleurrijke afbeeldingen en portretten van hedendaagse en historische weldoeners en hulpbehoevenden. De thema’s van de essays volgen grofweg de indeling van de tentoonstelling.

Een strak tijdspad
Eind november geeft Johan de Bruijne de planning van de uitgeverij door. Op 1 september willen zij het boek aan ons kunnen overhandigen, ruim voor de officiële opening op 12 september dus. Omdat er veel stappen in het productieproces aan voorafgaan, betekent dit dat het museum alle definitieve teksten en foto’s op 2 juni moet inleveren bij de uitgever. Met de eindredacteur, onze bibliothecaris Kees van Schooten, maak ik een afspraak voor onze interne planning. Na flink rekenwerk blijkt dat de auteurs al op 15 februari hun aanvragen moeten inleveren voor beeldmateriaal van andere instellingen. De deadline voor hun essays is tot 14 april. Dit geeft ons tot begin juni de tijd om de teksten te redigeren en de beeld- en eindredactie te verzorgen,.
Vervolgens zet de uitgever een vormgever aan het werk en na een tweetal correctierondes in het museum zal het boek vanaf 4 augustus gedrukt gaan worden.
Er is dus haast geboden en in vliegende vaart denk ik voor de kerstvakantie na over mogelijke auteurs. In de eerste week van het nieuwe jaar benader ik iedereen met de vraag of ze een bijdrage willen leveren èn het allerbelangrijkste: of ze de deadline kunnen halen? Nog geen twee weken later heb ik van acht van de tien auteurs een enthousiaste reactie ontvangen.

Alle rechten voorbehouden