Sint Bartholomeus Gasthuis

In 1367 werd bij de Smeetoren, ten noorden van de Geertekerk, het St. Apollonia Gasthuis gesticht. Dit gasthuis, gewijd aan Apollonia van Alexandrië, bestond uit slechts één kamer … 'daer men des snachts die gaende ende coemende pelgrums ofte andere arme personen voor een nacht ofte twee herberge, vuer en de licht om Goodtswille'. Gratis onderdak voor pelgrims dus, voor maximaal twee nachten, maar zonder maaltijden. Ruim 600 jaar later bestaat dit gasthuis aan de Lange Smeestraat nog en biedt het zorg aan de eigen bewoners, maar ook aan de ouder wordende mensen in de stad Utrecht.

Willem van Abcoude

Nieuwe naam
In 1378 nam Willem van Abcoude en Duurstede het inmiddels verpauperde St. Apollonia Gasthuis onder zijn hoede. Hij veranderde het karakter van het gasthuis tot een verblijf voor langdurig arme zieken. Wezen, krankzinnigen en lijders aan besmettelijke ziekten werden niet opgenomen. Ook gaf hij het gasthuis een andere naam: Sint Bartholomeus Gasthuis, vernoemd naar de beschermer en vertrooster van zieken.

Kapel
In 1400 kwam er een kapel bij het gasthuis, aan het einde van de ziekenzaal zodat de patiënten vanuit hun bed de mis konden volgen. Het Bartholomeus Gasthuis werd ook wel eens 'Zunte Gheertruden gasthuis' genoemd, omdat de pastoor van de naburige Geertekerk op belangrijke feestdagen hier de dienst leidde.
Om het voortbestaan van het gasthuis en zijn armenpot te garanderen richtte Willem enige maanden voor zijn dood in 1407 een broederschap op, 'om het goede salige werk van ontfermherticheden tot ewigen daghen staende te houde.' Deze broederschap werd verzegeld met een fundatiebrief die nog altijd wordt bewaard in Het Utrechts Archief.
Naast zieken werden er ook bejaarden opgenomen in het gasthuis. Je ziet dat terug in de namen van de gasten: oudt Gheertruydt, Jan mitter stocken, dove Hubert en blinde Beertgen. Later konden bejaarde mannen en vrouwen zich inkopen tegen betaling van een prove of geldbedrag en veranderde het gasthuis langzaam maar zeker in een bejaardentehuis.

Stichting Verenigde Gods- en Gasthuizen
In 1817 werd onder Koninklijk Besluit de stichting Verenigde Gods- en Gasthuizen ingesteld. Ondanks de financiële bijdragen van de proveniers was het noodzakelijk te fuseren met de zeven andere bejaardentehuizen in Utrecht. Zieken werden overgebracht naar het Algemeen Ziekenhuis, de bejaarden verhuisden naar het Bartholomeus Gasthuis, dat ‘Algemeen Gasthuis’ werd. Het College van Regenten der Verenigde Gods- en Gasthuizen kreeg haar zetel in het Bartholomeus Gasthuis. De overige Utrechtse gasthuizen werden opgeheven of veranderden van functie. Op den duur moest het Bartholomeus Gasthuis uitgebreid worden en kwam er een nieuwe vleugel bij - rechts van het hoofdgebouw - aan de Pelmolenweg. Vele verbouwingen en reorganisaties onder Regentenbestuur volgden in de eeuwen erna. In 1925 kwam er geld vrij uit de fondsen van het broederschap Agnes van Leeuwenberg en het St. Catharijne Gasthuis. Met dit geld lieten de regenten het Agnes- en Catharijnegasthuis aan de Pelmolenweg bouwen voor de huisvesting van oude, hulpbehoevende bejaarden.

AOW
Toen in 1957 de AOW werd ingevoerd veranderde de armenzorg fundamenteel van karakter. Ook in het Bartholomeus Gasthuis verdween het meer liefdadige karakter. De moderne opvattingen over opvang van bejaarden braken door: méér privacy, méér voorzieningen en betere zorg waren de uitgangspunten bij de verbouwing in 1956. Hierdoor kreeg elke bewoner in het Agnes- en St. Catharijne Gasthuis een eigen kamer met eigen meubilair en wastafel.

In 2007 werd het College van Regenten vervangen door een Raad van Toezicht. Vanwege het rijke verleden bleef de naam van de Raad van Toezicht echter ongewijzigd. In de laatste versie van de statuten wordt dan ook gesproken over: het College van Regenten van het Bartholomeus Gasthuis.

Alle rechten voorbehouden

Media