De praktische kant van kunstvoorwerpen

Zonder voorwerpen geen tentoonstelling. Dat is logisch. Talloze kunst- en cultuurhistorisch waardevolle objecten vertellen u vanaf september de geschiedenis van de naastenliefde door de eeuwen heen. Een object is echter niet alleen een middel om een verhaal te vertellen, een (kunst)werk heeft ook een praktische kant. Het heeft een titel, afmetingen, gewicht, vaak ook een nummer, verkeert in een bepaalde conditie en is soms gevoelig voor invloed van buitenaf, zoals licht of trilling. Dat zijn allemaal zaken waarmee we rekening moeten houden tijdens de voorbereidingen voor de tentoonstelling. Op dit moment is de afdeling collectiebeheer druk bezig om het welzijn van de objecten tijdens de expositie te garanderen.

Bedieningskistje

Je treft op de tentoonstelling niet alleen schilderijen en beelden; het aanbod is zeer divers. Zo tonen we kleding van een weeskind, een kartonnen collectedoosje, zware metalen beenblokken die ouden van dagen moesten dragen als ze zich niet aan de regels hielden, een bedieningskistje waarmee de pastoor de laatste sacramenten uitvoerde bij zijn zieke parochianen thuis, en mogelijk zelfs een historische rolstoel. Maar hoe zorg je er nu voor dat die rolstoel wel goed zichtbaar is en dat bezoekers tegelijkertijd niet in de verleiding komen om er in te gaan zitten, of erger nog, er een ritje in gaan maken?

Een touwtje spannen? Nee, dat is niet zo gastvrij. Een sokkel? Die wordt wel heel groot. Een vlonder dan maar, plus een beetje vertrouwen in de bezoeker. Het bedieningskistje en het kartonnen collectedoosje, die zetten we wel in een vitrine. Voor kleinere voorwerpen hanteren we een vuistregel: indien het in een damestas, of onder een grote jas zou passen, dan komt het in een vitrine. Schilderijen van dat formaat worden door onze collectiebeheerders Peter en Humphrey ‘geborgd’, oftewel vastgemaakt aan de muur. Hele grote of zware schilderijen krijgen daarentegen weer een wandsokkel ter ondersteuning, zodat ze netjes aan de muur blijven hangen.

De kledingstukken, zoals die van de weeskinderen, op een mooie manier presenteren is ook een vak apart. Om een indruk van een realistisch lichaam te creëren is veel geduld en vakmanschap nodig. Soms is het veel efficiënter om dit soort dingen uit te besteden aan hiervoor opgeleide personen, zoals een restaurator.

Veel stukken uit de eigen collectie die zijn geselecteerd voor de tentoonstelling zijn niet voldoende ‘presentabel’ en dienen te worden gerestaureerd. Het hoofd collectiebeheer, Sieske, is momenteel druk bezig met het uitzetten van restauraties. Het museum heeft geen restauratoren in dienst en werkt doorgaans met freelancers. Die nodigen we uit in onze depots en bespreken met hen wat er nodig is om een stuk gereed te maken voor expositie. Zo was er vorige week een restaurator voor glas in lood op bezoek. Hij keek naar een heel bijzonder zestiende-eeuws glasruitje, dat momenteel in een groter glasraam is gevangen. Het glasruitje verbeeldt de spijziging van de hongerigen door Johannieter Wouter van Bijler. Van Bijler was in de zestiende eeuw Johannieter in het Utrechtse Catharijneconvent. Een heel belangrijk glasruitje voor ons museum en voor de tentoonstelling dus! De restaurator gaat de komende weken het oude glas uit het geheel halen en het weer mooi schoonmaken. Op de tentoonstelling in september kunt u het resultaat van de opknapbeurt aanschouwen!

Al met al heeft de afdeling collectiebeheer nog veel te doen voor de tentoonstelling open kan. In de komende maanden proberen we zo goed mogelijk voorbereidingen te treffen. Alle installatie-eisen worden uitvoerig doorgenomen en nodige materialen besteld. Zo dragen wij met onze beheer- en behoudsmaatregelen hopelijk ook een steentje bij aan het behoud van het rijke erfgoed van de naastenliefde door de eeuwen heen!

Annabel Dijkema, tentoonstellingsregistrator

Alle rechten voorbehouden

Media